De knuppel werd in het hoenderhok gegooid door André Gorter, verenigingsmanager bij Zwem- en Poloclub Het Ravijn. Hij kwam aan de raad vertellen dat Het Ravijn aan z’n financiële einde is. Dat hij zich afvroeg of de club volgend jaar nog wel bestaat.
De raad vergaderde over de begroting. Toch had men het ineens over een onderwerp dat niet direct met deze begrotingsbehandeling te maken had. Dat ging over de sporttarieven. Een voorstel hierover behandelt de raad in december.
Beetje raar, want een verhoging van deze tarieven met 6% zit al wel in de begroting verwerkt. En dat terwijl vanuit de raad doorklinkt dat men een verhoging met 2,8 % redelijker vindt. Dit laatste tarief hanteert de gemeente ook voor bijvoorbeeld de OZB.
Een zwemmer draagt € 400,- per jaar bij voor huur en een veldsporter € 57,-
Gorter had zich uitvoerig verdiept in de kosten de andere verenigingen betalen en wel een aantal buitensportverenigingen. Een lid van een voetbalclub draagt € 57,- per jaar bij aan de huur van velden. Een lid van Het Ravijn € 400,- voor de huur van het bad. € 80.000,- per jaar moet men betalen voor de huur van het bad.
De verenigingsmanager vond dat leden van Het Ravijn niet dezelfde kansen kregen als die van buitensportverenigingen. Die hebben vaak een eigen kantine en reclamemogelijkheden, die veel geld opleveren, waarvan de club kan bestaan.
“We willen compensatie met terugwerkende kracht”
“Jarenlang hebben we niet geklaagd. Nu willen we geen tariefsverhoging en liefst een compensatie met terugwerkende kracht”. Dat was de boodschap van de manager. Geen nieuw verhaal, want een aantal jaren gelden kwam men met exact dezelfde boodschap.
De toespraak van Gorter in de raad leidde tot onmiddellijke actie. In die zin, dat de wethouder zei open te staan voor een gesprek. De raad wil een debat over de tarieven en mogelijke ongelijkheden. Ook dat gaat er komen.
Wel liet de wethouder weten dat er nu eenmaal verschillen zijn bij binnen – en buitensportverenigingen. Jaren geleden was dat ook een van de antwoorden: Indoor-sporten huren altijd de accommodatie en hebben (meestal) geen eigen kantine. Een vergelijk is daardoor erg moeilijk.